WoningontwerpWO-01
Gevelontwerp van een woning: verhouding, materiaal, detail
Een gevel die klopt, klopt bijna altijd op verhouding en zelden op materiaal. Twee huizen van dezelfde steen kunnen totaal verschillend ogen omdat de een een ritme in zijn raamopeningen heeft en de ander niet. Wie een gevel ontwerpt of verbouwt, begint dus bij de openingen en pas daarna bij de bekleding.
Openingen bepalen het ritme
De sterkste gevels hanteren één maat die telkens terugkeert. Dat kan de breedte van de raamopeningen zijn, waarbij alleen de hoogte varieert, of een vast raster waarop alle openingen zijn uitgelijnd. Zodra elk raam zijn eigen maat krijgt, verliest de gevel zijn samenhang, ook als elk raam op zich mooi is.
Lijn de openingen bovendien verticaal uit: het raam op de eerste verdieping staat recht boven het raam op de begane grond, of duidelijk ernaast. Half verspringend is de enige stand die stoort.
Materiaal: twee, hooguit drie
Baksteen, hout, stuc, keramiek en vezelcement zijn allemaal bruikbaar, maar niet tegelijk. Twee materialen is de praktische bovengrens voor een woonhuis: één hoofdmateriaal voor het grootste vlak en één accentmateriaal voor een uitbouw, een entree of een dakopbouw.
- Hoofdmateriaal op minstens zeventig procent van het geveloppervlak.
- Accentmateriaal op een duidelijk begrensd volume, niet als strook.
- Overgangen op een hoek of een insnijding, nooit midden op een vlak.
- Dezelfde materialen aan alle zijden, ook aan de achterkant.
De kleur van de kozijnen
Kozijnen die donkerder zijn dan de gevel laten het glas groter lijken, omdat het kozijn optisch samenvalt met de donkere raamopening. Witte kozijnen in een donkere gevel doen het omgekeerde: ze tekenen een raster en maken de openingen kleiner. Beide zijn een keuze, maar het effect verschilt sterk.
Houd de kozijnkleur gelijk aan de voordeur, de garagedeur en het hemelwaterwerk. Drie verschillende donkere tinten naast elkaar is de meest voorkomende reden dat een verder verzorgde gevel toch rommelig oogt, en het is hetzelfde principe als het ene metaal binnen, beschreven bij het eigentijdse interieur.
De randen doen het fijne werk
Wat een gevel af maakt, zit in de randen: de aansluiting van het dak, de dagkanten van de raamopeningen, de plint bij het maaiveld en de manier waarop de hemelwaterafvoer wegloopt. Een gevel met een strakke daklijst zonder overstek leest scherp; een gevel met een overstek van veertig centimeter leest beschut.
De diepte van de raamopening is het detail dat het meeste doet. Een raam dat vijftien centimeter terugligt geeft schaduw en diepte; een raam dat vlak in de gevel ligt, oogt plat. Deze diepte kost niets extra bij nieuwbouw en is bij renovatie zelden nog aan te passen.
Vier geveltypen en hun kenmerken
| Type | Hoofdmateriaal | Kenmerk | Let op |
|---|---|---|---|
| Traditioneel metselwerk | Baksteen | Zichtbaar verband en voeg | Voegkleur bepaalt de toon |
| Gestuct volume | Stuc op isolatie | Egaal en scherp | Vervuiling bij de plint |
| Houten gevel | Verticale delen | Verandert van kleur in de tijd | Ongelijk verweren op zonzijde |
| Keramische gevel | Grote platen | Dun profiel, veel raam | Zichtbaar voegwerk |
De houten gevel is de enige die met opzet verandert. Wie dat wil vermijden, kiest een pigmentbehandeling die het vergrijzen gelijkmatig maakt; dezelfde overweging speelt bij binnenhout, zoals beschreven in het stuk over de houten woning van binnen.
De gevel en de kamer erachter
Een gevelopening is aan de buitenkant een verhouding en aan de binnenkant een lichtbron. Een hoog en smal raam geeft diep in de kamer licht; een breed en laag raam geeft licht langs de wand. Wie alleen op het gevelbeeld ontwerpt, krijgt binnen soms een kamer die op het verkeerde moment donker is.
Bespreek daarom elke opening tweemaal: eenmaal vanaf de straat en eenmaal vanuit de kamer. Wat dat voor de kleurkeuze binnen betekent, staat bij de kleurenschema's voor de woonkamer, waar de raamrichting meebeslist.
Bij een bestaande woning is de speelruimte kleiner maar niet nul. Een raam verbreden binnen hetzelfde metselwerkverband, een borstwering verlagen tot vloerniveau of twee kleine openingen samenvoegen tot één, zijn alle drie ingrepen die het binnenlicht sterk veranderen zonder dat de gevel zijn ritme verliest. Ze vragen wel een nieuwe latei en dus een berekening.


